Wanneer werd appelazijn ontdekt. Waarom werd appelazijn gebruikt door de eeuwen heen?

De Romeinse soldaten, waaronder Julius Caesar, dronken ‘posca’: een appelazijn met specerijen, als stimulerend, opwekkend en versterkend middel. Hippocrates, de vader van de westerse geneeskunde, gebruikte azijn reeds 2500 jaar geleden als antiseptisch middel bij hoesten en verkoudheden. En combineerde tevens azijn met honing als algemeen tonicum voor de gezondheid.

-advertentie-
Adverteren op Freedom of Health? Neem contact op »

Song Ci, de Chinese voorvader van de forensische geneeskunde, adviseerde 1200 v.Chr. azijn met zwavel om infecties te voorkomen tijdens autopsies. Lang voordat de Hongaarse arts Ignaz Semmelweis het wassen van de handen tijdens operaties adviseerde aan Westerse artsen. Azijn was in de Ming-dynastie erkend als reinigingsmiddel voor zowel uitwendig als inwendig gebruik. Zo werd vis, fruit, vlees en groenten behandeld met azijn om besmetting te voorkomen.

In de traditionele Chinese geneeskunde wordt azijn gedronken om innerlijke bloedingen te stoppen, giftige stoffen op te lossen, stagnatie van de stoelgang te verhelpen en om wormen te doden. Ook wordt azijn gebruikt om Qi (chi of levenskracht) te verhogen en om het bloed sneller te laten circuleren. De Japanse samoerai’s (1185 – 1868) dronken rijstazijn met water (komesu) om hun levenskracht (energie) te vergroten.

De profeet Mohammed stelde in de 7de eeuw dat: ‘azijn een goede specerij is’. De Islamitische wetenschapper Geber, de vader van de chemie, ontdekte rond 800 het isolaat ‘azijnzuur’ en besteedde uitgebreide studies over azijn.

-advertentie-
Adverteren op Freedom of Health? Neem contact op »

De vader van de Unani-geneeskunde Avicenna schreef azijn voor als slijmoplossend middel, digestief, een zeer effectief stollingsmiddel en als ideale balsem die kan dienen bij huidontstekingen en brandwonden. Deze Islamitische wetenschapper schreef een vijfdelige encyclopedie over geneeskunde (Al-Qanum fi’t Tibb). Dit werk werd in de 17de eeuw in het Latijn vertaald en was de medische referentie in heel het Middeleeuwse Europa. Unani geneeskunde baseert zich op de theorie van Hippocrates van de vier levenssappen: bloed, slijm, gele en zwarte gal.

Azijn werd ingezet tegen de pest. Lichamen werd ingewreven en azijn werd gedronken. Een desinfecterend brouwsel van azijn, knoflook, rozemarijn, lavendel, munt en andere kruiden deed in de 18de eeuw 4 boeven overleven tijdens de pest periode (de 4 dieven azijn).

In de 20ste eeuw werd door kolonisten azijn ingezet als specerij, conserveermiddel van groenten, inmaakmiddel en geneesmiddel.

De Nederlander Christian Persoon ontdekte in 1822 dat micro-organismen, waaronder de bacterie Acetobacter aceti, verantwoordelijk waren voor de vorming van azijn. Pasteur toonde aan dat de interactie tussen zuur makende bacteriën en fermenterende wijn (van bijv. appels) absoluut nodig waren om azijn te maken. Het was ook Pasteur die stelde dat het azijnproductieproces verbeterd kon worden door een gedefinieerde hoeveelheid Acetobacter aceti en ander micro-organismen toe te voegen tijdens het fermentatieproces.

Rond 1700 ging Amerika voor appelazijn. In de 18e eeuw was appelazijn voor de Amerikanen hét middel tegen longontsteking. Al snel werd ‘switzel’ of ‘swizzle’ geproduceerd en heel populair. Azijn vermengd met water, honing (of met molasse of ahornsiroop) en gember. Soms werd citroensap of havermout toegevoegd.

Ook werd appelazijn geweekt in een spons en in kleine zilveren blikjes gestopt, vinaigrettes genaamd. Dit werd meegenomen en gebruikt als deodorant. Stonk je, dan sponste je wat azijn met eventuele kruiden op de betreffende plek(ken).

In 1909 begon de arts uit Vermont dr. Jarvis azijn te zien als een allesgenezer. Azijn bij spijsverteringsproblemen en om schadelijke micro-organismen te doden. In Zwitserland kreeg men in sanatoria appelazijn met honing (honingazijn). 1 tot 4 maal per dag. Om patiënten vrij van ziekten te maken en hun vermoeidheid weg te nemen.


“Eén van de oudste, goedkoopste en meest veelzijdige remedies” – schreef Larry Trivieri in 2017 in het boek “Appelazijn Encyclopedie”.